Het Europees Hof van Justitie oordeelde in 2018 nog dat ook de nieuwe types van technieken eigenlijk klassieke GGO opleveren. (c) Freepik

Nieuwe genetische technieken: een vals alibi om de structurele aanpak te ontwijken

Het Europees Hof van Justitie oordeelde in 2018 nog dat ook de nieuwe types van technieken eigenlijk klassieke GGO opleveren. (c) Freepik

Op 11 december beslist het landbouwcomité van het Europees Parlement over het voorstel van de Commissie rond nieuwe genetische technieken als CRISPR. Verdienen deze nieuwe technieken ook een soepelere beoordeling? Niet echt, lijkt het ons. Net als bij klassieke GGO’s, zien we vooral een one shot poging die de systemische fouten in het landbouwsysteem onaangeroerd laat. Dezelfde risico’s voor consument en biodiversiteit, dezelfde winst voor de grote agromagnaten. En een boer die verlegen zit om een toekomstbestendige totaalvisie van zijn overheid.

Verschil in techniek, verschil in risico?

De wetgeving in Europa rond de teelt en het gebruik van genetisch gewijzigde gewassen (GGO) is helder. De toelatingsprocedures zijn namelijk terecht streng. In de praktijk betekent dit dat de gewassen wel geïmporteerd worden in de Europese Unie, voornamelijk als diervoeder, maar dat ze in Europa zelf zeer weinig worden geteeld. Spanje is daarbij de uitzondering die de regel bevestigt. Bovendien staan de etiketteringsvoorschriften op punt. De consument kan, als hij of zij dat wenst, GGO’s in de voeding vermijden. Bij biologische voeding is die garantie ingebouwd. 

Bij de klassieke genetische manipulatie wordt meestal DNA ingebouwd uit andere organismen dan het oorspronkelijke gewas. Recent zijn andere vormen van genetische manipulatie ontstaan. Hier wijzigt of “CRISPR-t” men het DNA op de plaatsen bepalend voor een kenmerk. Zo kan die eigenschap uitgeschakeld of versterkt worden. CRISPR is een bacterieel defensiemechanisme dat wetenschappers hebben kunnen nabootsen in het laboratorium.

De nieuwe technieken bereiken doorgaans gerichter wijzigingen. Men vaart minder blind dan met de klassieke GGO waarbij men niet per lettercode van het DNA de strengen kan wijzigen. Op slechts enkele jaren tijd kan men zo een grote variatie aan nieuwigheden genereren: meer droogteresistentie, efficiënter meststoffen opnemen zodat minder mest nodig is, ziektebestendig,.... Al zijn al te hoge verwachtingspatronen ook hier een valkuil: de nodige set aan DNA-wijzigingen blijft complex. Globaal claimt de biotechnologiesector dat de risico’s door de verfijnder aanpak veel lager liggen dan met de klassieke GGO. Het probleem is dat niet alle ongewenste neveneffecten in het DNA onderzocht worden. Of dat laatste nodig is, daarover zijn de meningen sterk verdeeld.

De sector, die de techniek graag kadert in het streven naar meer klimaatbestendigheid en ziekteresistentie, vraagt al jaren een soepelere regelgeving. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in 2018 nog dat ook de nieuwe types van technieken eigenlijk klassieke GGO opleveren. Deze redenering is bij het huidige wetsvoorstel van de Europese Commissie niet gevolgd. Daarbij zijn heel wat wetenschappelijke kanttekeningen te maken en systemische elementen over het hoofd gezien.

Rode loper voor de GGO-industrie

Het wetsvoorstel rond nieuwe gentechnieken lijkt vooral een rode loper voor de ontwikkelaars ervan. De risico’s voor gezondheid en milieu, zoals onvoorziene toxine-aanwezigheid of invasief gedrag, worden erg laag ingeschat omdat men overtuigd is de natuurlijke DNA-processen exact na te kunnen bootsen. Bijgevolg worden de risico’s voor de eindproducten van de nieuwe technologie niet diepgaand onderzocht. Het wetsvoorstel is daarnaast een bedreiging voor de onafhankelijke positie van landbouwers in de gehele keten van boer tot bord, voor de groei van biolandbouw en het recht op het vrij vermeerderen van eigen zaden.

Houd de centen voor waar het nodig is

De beloftes van nieuwe gentechnologie klinken aanlokkelijk. De landbouw- en voedingssector staat onder hoge druk om enerzijds haar eigen milieu-impact te verkleinen, en anderzijds zich aan te passen aan een intens veranderend klimaat. Bovendien krijgt de landbouwer niet steeds zijn inspanningen voor ‘duurzaam boeren’ vergoed.

Maar planteigenschappen, zoals droogteresistentie, zijn slechts één factor in het duurzaamheidsplaatje van het landbouwsysteem. Net zoals niet één voedingsmiddel de gezondheid van de consument bepaalt, zijn het vooral de omringende factoren die aandacht verdienen. Zo zitten veel landbouwers vast in teelttechnieken die te veel mest en pesticiden vergen, en putten ze de bodem uit door te weinig gewasrotatie. De verstoorde waterhuishouding in Vlaanderen, de prijsmechanismen in de keten, … Allemaal factoren die vragen om een integrale visie en oplossing. Laten we eerder deze systemische problemen aanpakken in plaats van in te zetten op één risicovolle technofix. Gentechnologie is immers een makkelijk alibi om dat moeilijker kluwen van factoren nog even aan de kant te schuiven. 

De Europese landbouw heeft nood aan een duurzame transitie. Dit vergt enorme budgetten en inspanningen. Elke euro die naar de landbouwsector gaat, zou ook positieve effecten op biodiversiteit, milieu en klimaat moeten opleveren. 

Wetenschappelijk huiswerk is niet af

Ten tweede pleiten de milieubeweging en een pak experten in Europa ervoor om de risico’s niet te licht te nemen. Zij vragen om een serieuze risicoanalyse en stellen dat het wetsvoorstel de verschillen tussen de nieuwe technieken en de huidige gangbare veredeling negeert, en “geen veiligheid garandeert voor de gezondheid of de veiligheid van ons milieu”. Immers, eens gelanceerd kent de verspreiding van het CRISPR-DNA geen ommekeer. Bij zo'n beslissing moet het voorzorgsprincipe met stip op één staan. Ze vragen daarom om het voorstel te verwerpen, of “zeer diepgaand” te herwerken. De uitdaging voor de wetenschappelijke wereld om meer unanimiteit te bereiken lijkt alleszins nog niet afgerond. 
 

Stemming onder Belgisch voorzitterschap

De komende weken worden cruciaal. Na de bespreking in het Europees landbouwcomité volgen nog het milieucomité en de Plenaire vergadering op respectievelijk 11 en 15 januari. Het Spaans voorzitterschap is momenteel weinig kritisch tegenover het voorstel van de Europese Commissie. De tegenwind is beperkt tot lidstaten zoals Kroatië, Litouwen en Slowakije. Waarschijnlijk moet België tijdens zijn voorzitterschap dit voorstel verder behandelen. Dan is het aan ons land om te pleiten voor een integrale aanpak. Het debat hieromtrent mag alvast feller oplaaien.